Post Tagged ‘radio’

Klein geluk

Geplaatst: 8 december 2016 in Overpeinzingen, Uncategorized
Tags:, , , , , ,

Voor de een is groot, groter, grootst of duur, duurder, duurst de norm waaraan geluk wordt afgemeten.

Voor de ander gaat het om relatief kleine dingen.

Ik behoor tot de laatste categorie.

Sinds een paar maanden woon ik in een nieuwe woonplaats, in een bescheiden appartementje aan de rand van het dorp, 5 loopminuten van bos en heide en 10 loopminuten van het dorpscentrum.

Uit m’n vorige woning heb ik alleen een paar hoogst noodzakelijke meubels meegenomen. M’n bed, een bank en een paar kasten en natuurlijk m’n dierbare persoonlijke bezittingen; m’n muziekverzameling, m’n installatie en m’n boekenverzameling. Dingen, kortom, waar ik aan gehecht ben en waar ik een grote emotionele waarde aan hecht.

M’n huisje is nog lang niet volledig ingericht. Ik heb een bij elkaar geraapt zooitje staan dat niet op elkaar is afgestemd, maar ik red me daar voorlopig best mee.

Afgelopen weekend heb ik toch, na maanden dubben, een paar kastjes gekocht in het grote, blauwe woonpaleis om deze week in elk geval een passende plek te creëren voor voornoemde geluidsinstallatie, want ik werd onrustig van het niet in staat zijn om platen te draaien wanneer ik daar behoefte aan heb, of een cd in de speler te stoppen. Natuurlijk kon ik wel muziek luisteren, maar om dat alleen te horen via een paar pc-speakertjes…. En nu is m’n audio-tv meubeltje klaar en ingericht, zijn alle netwerkverbindingen gelegd, is de WiFi extender aangesloten en werkt alles zoals ik wil dat het werkt.

M’n volgende projectje staat in de steigers, maar dat is voor de komende maand. Want al het goede komt wanneer er gelegenheid voor is en middelen voor zijn.

Het gaat nog een hele tijd duren voor alles af is en m’n huisje ingericht naar m’n smaak, maar dat is geen enkel probleem voor me.

M’n huis is mijn huis en het voelt als een warme deken.

Klein geluk kan heel groot zijn.

Our House is passend, zelfs al woon ik er alleen.

Nu moet ik alleen nog zo’n glazen hoofd vinden waar ik m’n koptelefoon op kan zetten…

Advertenties

Image

 

Al vanaf dat ik een klein jochie was is muziek zo ongeveer het belangrijkste in m’n leven geweest. Dat begon met het luisteren naar de distributieradio thuis, waar je kon kiezen uit 5 of 6 radiostations, w.o. Hilversum 1 met een paar muziekprogramma’s voor huisvrouwen en arbeiders. ja ja, zo heette dat toen, in de vroege jaren 60, nog.

M’n vader kocht in die periode een radio (Philips) en een Erres platenspeler. Dat was een fantastisch ding: groot, donkerbruin gepolitoerd en het was een kast met een deurtje dat je opendeed om de platenspeler tevoorschijn te laten komen. Het element had een dubbele kop. Een kant voor 33 en 45 toeren plaatjes, de andere kant voor 78 toeren platen, die toen ook nog werden gemaakt. Onze voorkamer was in die tijd gevuld met een rookstoel die naast de kolenkachel stond, een dressoir, een salontafeltje, een klein theemeubeltje met glazen deurtjes en een paar gemakkelijke stoelen, maar het meest opvallende was een door m’n vader gemaakt meubel voor de radio, de platenspeler en een paar boeken. Niks bijzonders zul je zeggen, maar hij had dat ding geschilderd in primaire kleuren, als een Mondriaan werk. Dat realiseerde ik me pas veel later, toen ik interesse begon te krijgen in dit soort zaken. Ik kon ook uren voor die radio zitten kijken naar die zenderschaal waar de meest exotische plaatsen op stonden, die ik allemaal probeerde op te zoeken om te horen wat voor muziek of andere dingen daar weg kwamen.

Op de lagere school trok ik op met vriendjes die oudere broers hadden die veel met popmuziek deden en luisterden naar Cliff, Elvis, Bill Haley, Chuck Berry, Fats Domino, enz. Ik bracht daar uren door. Zoveel, dat ik meestal te laat thuiskwam en op m’n donder kreeg omdat ze weer naar me hadden lopen zoeken.

Ik haalde in m’n lagere schooltijd vaak oude kranten op en bracht die naar de lompenboer, want dat was een leuke manier om aan geld te komen. Elke cent die ik ophaalde, of op een andere manier verdiende, werd besteed aan boeken en aan muziek, maar er moesten keuzes gemaakt worden, dus ik kreeg na lang zeuren een abonnement op de bibliotheek en kon alles besteden aan plaatjes en muziekbladen.

De eerste 45 toerenplaat die ik kocht was Come On / Tell Me van The Rolling Stones, in 1963, toen ik 9 jaar oud was. Ik mocht hem niet draaien op de pickup van m’n pa, want hij was bang dat de naald kapot zou gaan. Ik moest dus altijd wachten tot hij naar z’n werk was of op stap, en m’n moeder boodschappen deed of koffie dronk bij de buren.

Ik kreeg via de oudere broers van m’n vriendje in de gaten dat er radiozenders waren die alleen maar “populaire” muziek uitzonden, dus die zocht ik ook op op de Philips in de woonkamer. Dat was geen succes, want ik kreeg acuut op m’n donder omdat ik was vergeten de radio weer op Hilversum 1 te zetten. Ik had bij m’n platenwinkel (waar ze me inmiddels kenden en hadden beloofd dat ze niks tegen m’n ouders zouden zeggen) gezien dat er kleine radiootjes bestonden die op batterijen werkten en waar je met een oortelefoontje kon luisteren naar Radio Luxemburg en als het weer goed was, ook naar Radio Veronica. Dat betekende nog meer geld proberen te verdienen. Eerst om het radiootje te kunnen kopen, daarna voor de batterijen, want ik luisterde elke avond tot diep in de nacht met m’n kop onder de dekens naar dat ding, terwijl ik met een zaklantaarn met zo’n Witte Kat batterij boeken zat te lezen  die ik leende van de volwassenen afdeling van de bibliotheek. De toestemmingshandtekening had ik vervalst….!

De Muziek Express mocht ik kopen en de foto’s van de artiesten op de muur plakken. Dat deed ik dus, maar er bestond ook een blad dat Aloha heette en dat was een stuk interessanter dan Muziek Express. (Muziek Parade kocht ik niet, dat was voor meisjes. daar stond Cliff Richard in en zo.) Aloha had ik een keer gekocht en laten slingeren en ik kreeg acuut een verbod om het ooit weer te kopen, want de vunzigheid die daar instond, dat was me wat. Tot op de dag van vandaag weet ik niet wat er vunzig was, maar m’n ouders hadden een heel weird idee over vunzigheid. Vanaf dat moment had ik een opbergplaatsje op zolder gemaakt waar ik alles kon verstoppen dat m’n ouders, broertje en zusjes niet mochten zien. Over die zolder kom ik later nog te spreken! Ik kwam er later pas achter waar dat maffe idee over vunzigheid wegkwam, maar dat is ook voor een andere blog.

Waar ik inmiddels wel achter was, was dat muziek een “safe haven” was voor me. ik kon me verschuilen in de muziek (en in de boeken die ik las) als ik verdrietig was, en dat was ik vaak, maar ook als ik blij was. Muziek was er om me op te vrolijken, om bij weg te dromen, om in m’n eentje op m’n gedeelde slaapkamer op te dansen, maar ook om te doen alsof ik diskjockey was. De zwabber was m’n microfoon, ik had een soort van drive-in show avant la lettre gemaakt van hardboard en kapotte platenspelers, kortom, ik zat in een studio en was de beste diskjockey ter wereld! En dat met 2 oortelefoontjes in, die verbonden waren aan een klein transistor radiootje van 10 gulden dat batterijen vrat. Soms ging ik er zo in op dat ik vergat of niet in de gaten had dat m’n ouders thuiskwamen en dat betekende dan weer dat ik of op m’n flikker kreeg, of voor lul werd gezet.

Ik heb veel tijd doorgebracht onder m’n dekens toen ik jong was.