Archief voor de ‘Overpeinzingen’ Categorie

Vrijdag 24 juli 2009 is de dag waarop m’n lief officieel overleed, nadat ze de maandag daarvoor een herseninfarct had gekregen. Gewoon thuis, toen ze de koffie wilde neerzetten op de salontafel. Op de dag dat ze haar dochter, die een maand in China was geweest, had opgehaald van Schiphol.

Ze stierf in hetzelfde ziekenhuis in Zwolle waar ooit, in 1985, m’n tweeling was geboren. Het ziekenhuis bestaat niet meer. Het is afgebroken en ik vind dat niet erg. Niet meer.

Die vrijdag was een bizarre dag. Ik had de dag ervoor in de dagelijkse email die ik stuurde, alle vrienden en familieleden die we erbij wilden hebben (en eentje die we wel moesten uitnodigen omdat we er niet onderuit konden) uitgenodigd om afscheid te komen nemen van haar. Niet dat ze er nog iets van zou merken, dat was echt niet zo, maar officieel was ze nog steeds niet dood. Er moest gewacht worden op het staken van de hersenactiviteit omdat ze orgaandonor was. En dat duurde langer dan gedacht.

Het was echt een bizarre dag. We hadden een hele grote familiekamer waar op een gegeven moment meer dan 25 mensen zaten om afscheid te nemen en om ons, haar zoon en dochter en mij, te steunen en in een enkel geval steun te krijgen van mij. Er waren broodjes en koffie, iemand had een grote pan macaroni meegenomen, als ik me dat goed herinner. Het was op momenten zelfs gezellig en er werden anekdotes verteld.

Om te voorkomen dat ik de moeder van m’n lief eruit zou schoppen, fungeerde m’n favo tante als bliksemafleider, zodat ik m’n aandacht kon geven aan de kinderen. Niet alleen die van haar, maar ook die van mij. En regelmatig even naar m’n lief kon lopen om te vertellen wat er zich allemaal afspeelde en om daarna even naar buiten te gaan.

Toen ze officieel dood werd verklaard, in het begin van de avond, ging er een enorm circus lopen van doktoren, verpleegkundigen, transplantatie-specialisten en werden we met lichte dwang verzocht om weg te gaan, waarop we van de meeste mensen afscheid namen.

We zijn naar huis gereden, een beetje in een waas. Een paar mensen gingen mee. Vriendinnen van m’n lief. We dronken wat. En nog wat. Wat moesten we anders! De realiteit zou de volgende morgen wel weer aan de deur rammelen. Nu wilden we er alleen maar van vluchten.

Het is negen jaar geleden dat m’n lief overleed….

Ik mis haar minder dan ik gedaan heb, maar nog steeds mis ik het leven met haar als mijn geliefde en steeds meer mis ik de liefde.

Advertenties

Hebben jullie dat ook wel eens? Dat je zo ongelooflijk moe bent van het geouwehoer tegen je aan, de welgemeende goede raad waar je geen flikker mee kunt en de emmers vol met dooddoeners die over je heen worden gestort en die in de gemiddelde uitgave van Linda en Plus Magazine niet zouden misstaan?

Ik kan er niks mee. Sterker nog, het irriteert me zo mateloos dat ik er pislink van word. Wat denken ze nou eigenlijk, dat ik met m’n 64 jaar de een of andere wereldvreemde snotneus ben zonder levenservaring? De shit die ik in m’n leven over me heen gehad heb, prive zowel als zakelijk, is genoeg voor een normaal iemand om 128 jaar mee te worden. En ik ben er altijd zelf weer uitgekomen, zonder hulp van anderen. Alleen af en toe een luisterend oor achteraf, om even van me af te lullen. Dat was het wel.

Maar zo langzamerhand begin ik zo enorm moe te worden van steeds maar weer knokken om overeind te blijven, om er te zijn voor anderen, om honderd procent te geven op m’n werk met nauwelijks waardering en een schijtsalaris dat net genoeg is om m’n lasten te betalen en af en toe wat extra’s…

Omdat elke keer wanneer er iets goeds op m’n pad komt, na weer eens een dosis doffe ellende, het weer van me weggenomen wordt.

Ik heb, nadat ik gestopt was met roken (18 oktober 2018 vlgs m’n longverpleegkundige) 5 maanden gehad met niets anders dan lichamelijk ongerief; luchtweginfecties, twee keer een longontsteking, oververmoeidheid en m’n reguliere voorjaarsdip. Al was deze korter dan gewoonlijk, dus dat was dan een meevaller.

En nu is het juli, ben ik 64 jaar oud geworden in goede (nou ja) gezondheid volgens de laatste onderzoeken en zou ik eigenlijk niks te klagen moeten hebben.

En toch ben ik hondsmoe, sick of it all en wil ik me het liefst opsluiten in m’n huis, de (virtuele) gordijnen dichtdoen en alleen maar bezig zijn met m’n muziekjes en m’n boeken. Dat is namelijk zo ongeveer het enige waar ik nog een bepaalde mate van plezier uit put.

Hier komt nog wel een vervolg op. Ik ga dat nu niet meer opschrijven, want ik word alleen maar bozer.

Ik ga nog even bezig met andere dingen en verheug me op het bezoek van m’n twee jongens en m’n schoondochter, die komen eten vanwege m’n verjaardag.

Maar verder? Ik ben zo moe….en:

I AM FUCKING FED UP WITH IT!!!

Can’t You Hear Me Knocking?

 

Eigenlijk ben ik op een aantal terreinen een “Creature of Habits”, oftewel een gewoontedier. Niet dat het gewoontes zijn waar ik op zat te wachten, maar goed…

Ik ben er bijvoorbeeld aan gewend dat ik elk voorjaar een mentale dip krijg. Dat is al zolang ik me heugen kan (en mijn geheugen gaat heel ver terug) en heeft in de loop van m’n leven heel wat onbegrip en ruzies opgeleverd.

Ik ben namelijk niet zo goed in praten, zeker niet over wat me bezig houdt, dwars zit of problemen in m’n hoofd of lichaam veroorzaakt. En zeker niet op het moment dat het plaatsvindt.

Meestal doe ik dat pas wanneer het probleem, de dip, de klacht of het fysieke malheur weer achter de rug is en geen, of toch minstens veel minder, problemen meer veroorzaakt. En dan blijft het vaak beperkt tot de opmerking dat ik me even niet helemaal in m’n hum voelde maar dat alles weer okido is. “Je weet toch’…

Ik zat dan ook even raar te kijken toen ik deze blog weer eens opende en tot de ontdekking kwam dat het bijna een jaar geleden is dat ik iets geplaatst heb. Dat zou n.l. kunnen betekenen dat ik me het afgelopen jaar niet senang heb gevoeld. Niet alleen door een extreem lange voorjaarsdip of zo, maar misschien ook wel door fysiek malheur. En weet je wat? Dat blijkt nog te kloppen ook. Het is een zwaarder jaar geweest dan ik me realiseerde toen ik er in zat, zowel mentaal als fysiek.

Iedereen heeft een manier om met zijn of haar problemen om te gaan. De een loopt elke arts en hulpverlener plat in de hoop daar steun en genezing te vinden, de ander gaat met iedereen in gesprek over z’n problemen, de volgende raakt hysterisch en er zijn er, die in hun schulp kruipen en daar bij voorkeur niet meer uitkomen, tenzij het absoluut niet anders kan. Ik behoor dus tot die laatste categorie en geloof me, da’s echt niet prettig. Niet voor mezelf, maar ook niet voor hen die me dierbaar zijn en proberen om goed te doen voor me. Ik stoot ze af, sluit me af voor ze, ga ze uit de weg, zeg gemaakte afspraken af. Alles om te voorkomen dat ik praten moet. Ze hebben n.l. in de gaten dat er wat aan de hand is, dus ze vragen me ernaar. En ik wil alleen maar met rust gelaten worden om zelf met m’n shit te dealen. En als ik er voor mezelf uit ben, of wanneer het lichamelijk malheur weer goeddeels achter de rug is, dan horen ze wel wat van me. “Je weet toch”…

Maar hoe dan ook, ik heb weer eens wat over mezelf geschreven. Ik voel me geloof ik beter dan ik me in lange tijd gevoeld heb. Dus als je me nu vraagt hoe het gaat dan is het antwoord: Prima, dank je. “Je weet toch”…

Hoewel dat ook het antwoord is dat je krijgt wanneer ik me zwaar kut voel….

Damaged Soul

Eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat ik hem dit voorjaar weer zou krijgen, maar het is toch gebeurd. M’n voorjaarsdip is er weer. Niet zo heftig als de laatste jaren, gelukkig, maar toch…

De symptomen waren deze keer lang uitgebleven en veel minder hevig dan andere jaren, maar ongemerkt namen ze toch weer de overhand: kortaf tegen mensen, hekel aan massa’s (waarbij massa’s ook groepjes van meer dan 5 kunnen zijn), geen zin om de deur uit te gaan, afspraken afzeggen omdat ik er tegenop zie als een berg om “sociaal” te moeten zijn, willen slapen, slecht slapen, niet slapen…

Dat de symptomen veel minder heftig zijn dan vorige jaren heeft waarschijnlijk te maken met m’n verhuizing vorig jaar naar m’n huidige woonplaats en huis. De woonplaats interesseert me weinig tot niks, maar m’n huis voelt als een cocon. Zodra ik binnenkom omarmt het me als een geliefde en geeft het me de warmte die ik nodig heb, tegen de kilte die ik vaak voel wanneer ik in de buitenwereld verkeer. Zelfs in z’n huidige staat (want nog lang niet klaar en ingericht) voel ik me daar vrij en kan ik mezelf zijn.

Ik breng veel tijd door in m’n sanctuarium, het kleine kamertje naast m’n woonkamer dat ik vol heb gestouwd met m’n muziek- en boekenverzameling. Daar staat m’n computer, waarmee ik de contacten met de buitenwereld onderhoud. Niet met alles, niet met iedereen, maar met hen die me, om uiteenlopende redenen, dierbaar zijn. Daar plaats ik ook m’n posts op Twitter en/of Facebook en af en toe een foto op Instagram. Overwegend vrolijke, of op z’n minst positieve berichtjes en foto’s want hé, het gaat toch fantastisch? Tuurlijk joh!

Gelukkig duurt die dip nooit echt lang. Na een paar weken ben ik er wel weer doorheen en dan ben ik ook buiten weer dezelfde vrolijke, positieve gast die ik ben. Dan spreek ik weer graag af met vrienden, kom ik weer graag buiten, zoek spontaan gezelschap op en kan weer heerlijk dollen met m’n kleinkinderen. Nu ben ik allang blij wanneer ik een van m’n kinderen zie of spreek en ze me deelgenoot maken van een ontwikkeling of nieuwe fase in hun leven. En dan heb ik ook weer zin om verder te gaan met het nog mooier en prettiger maken van m’n huisje.

Tot die tijd dwing ik me om af en toe een afspraak te maken om met vrienden naar een concert of festival te gaan, even naar het dorp te lopen of te fietsen voor een ijsje of zo, of om even bij een vriend of vriendin aan te wippen om er een half uurtje of zo te kletsen en wat te drinken. Niet langer dan maximaal een uur, want dan ben ik kapot en MOET ik naar huis…Naar m’n cocon waar ik me prettig voel. Waar ik me kan afsluiten van de wereld…

Lekker bezig met m’n muziekjes en m’n boeken, want die trekken me er wel weer doorheen, m’n voorjaarsdip…

In deze periode van het jaar, of eigenlijk al een maand eerder, zie ik om me heen de stress toenemen bij mensen. Zowel in het echte leven, als op de SocMed waar ik actief ben.

HET IS BIJNA KERST!!!!!!!

En dan schijnt bij een boel mensen een soort van blinde paniek te ontstaan over wat er gedaan moet gaan worden, met wie (en met wie vooral niet), waar, wanneer, noem maar op. Ruzies zijn het gevolg. Met elkaar, met (schoon)familie, vreemden met andere meningen / overtuigingen. Of met jezelf, omdat je omwille van “de lieve vrede” toch weer ingestemd hebt met iets waar je eigenlijk geen flikker zin in hebt, zodat je weer flink kan klagen op FB of Twitter over de ellende die je weer is / gaat overkomen en daarmee het bewijs levert dat je een slappeling bent die niet voor zichzelf durft op te komen.

Natuurlijk moet iedereen concessies doen in het leven. Daar is niks mis mee en het bewijst dat je in het bezit bent van empathisch vermogen, dus mens bent.

En natuurlijk doe je ook allemaal dingen die je leuk vindt of vieren wilt, maar is dat dan een reden om die ook op te dringen aan mensen die een andere invulling geven aan “leuk” of iets anders willen vieren?

Het zal me een rotzorg zijn hoe iedereen kerst, sinterklaas, ramadan, chanoeka of wat dan ook wil vieren, zolang ik daarover met rust word gelaten en ik zelf kan bepalen hoe ik mijn feestjes wil vieren of mijn vrije dagen wil besteden.

Dat gezegd hebbend, wil ik jullie allemaal een heel fijn weekend toewensen, omringd door je familie en vrienden (indien gewenst) of helemaal in je eentje (wanneer dat je voorkeur heeft) En zit je tegen je zin alleen? Heb de moed om iemand te bellen of zo. Wie weet…

En tot slot wens ik iedereen die het verdient een jaar dat beter was dan dit jaar en de moed om er aan te werken. Ook mezelf.

Vergeet niet dat de tijd vliegt…

 

 

Klein geluk

Geplaatst: 8 december 2016 in Overpeinzingen, Uncategorized
Tags:, , , , , ,

Voor de een is groot, groter, grootst of duur, duurder, duurst de norm waaraan geluk wordt afgemeten.

Voor de ander gaat het om relatief kleine dingen.

Ik behoor tot de laatste categorie.

Sinds een paar maanden woon ik in een nieuwe woonplaats, in een bescheiden appartementje aan de rand van het dorp, 5 loopminuten van bos en heide en 10 loopminuten van het dorpscentrum.

Uit m’n vorige woning heb ik alleen een paar hoogst noodzakelijke meubels meegenomen. M’n bed, een bank en een paar kasten en natuurlijk m’n dierbare persoonlijke bezittingen; m’n muziekverzameling, m’n installatie en m’n boekenverzameling. Dingen, kortom, waar ik aan gehecht ben en waar ik een grote emotionele waarde aan hecht.

M’n huisje is nog lang niet volledig ingericht. Ik heb een bij elkaar geraapt zooitje staan dat niet op elkaar is afgestemd, maar ik red me daar voorlopig best mee.

Afgelopen weekend heb ik toch, na maanden dubben, een paar kastjes gekocht in het grote, blauwe woonpaleis om deze week in elk geval een passende plek te creëren voor voornoemde geluidsinstallatie, want ik werd onrustig van het niet in staat zijn om platen te draaien wanneer ik daar behoefte aan heb, of een cd in de speler te stoppen. Natuurlijk kon ik wel muziek luisteren, maar om dat alleen te horen via een paar pc-speakertjes…. En nu is m’n audio-tv meubeltje klaar en ingericht, zijn alle netwerkverbindingen gelegd, is de WiFi extender aangesloten en werkt alles zoals ik wil dat het werkt.

M’n volgende projectje staat in de steigers, maar dat is voor de komende maand. Want al het goede komt wanneer er gelegenheid voor is en middelen voor zijn.

Het gaat nog een hele tijd duren voor alles af is en m’n huisje ingericht naar m’n smaak, maar dat is geen enkel probleem voor me.

M’n huis is mijn huis en het voelt als een warme deken.

Klein geluk kan heel groot zijn.

Our House is passend, zelfs al woon ik er alleen.

Nu moet ik alleen nog zo’n glazen hoofd vinden waar ik m’n koptelefoon op kan zetten…

En weer ging op zaterdagmiddag de telefoon. Nu was het de zoon van K… om me te vertellen dat z’n vader een paar uur daarvoor overleden was.

Gewoon thuis in bed, zo goed als pijnvrij en met z’n vrouw, z’n lief, naast hem liggend.

Ik denk, ik hoop, dat ze hem in haar armen hield toen hij z’n laatste adem uitblies.

K… heeft een lang en mooi leven gehad met een liefhebbende vrouw, kinderen en kleinkinderen. Hij was daar blij mee, vertelde hij me vorige week, en dankbaar voor. En ik was blij voor hem omdat hij mede daardoor vredig zou kunnen sterven, zonder spijt.

Een paar dagen voordat K… overleed heeft een knul van 18 jaar zich doodgereden. Een gewone, leuke, positieve jongen met een hele mooie toekomst voor zich. Niet dronken, geen drugs, geen roekeloos gedrag, maar waarschijnlijk gewoon al rijdend in slaap gesukkeld en tegen een paal gereden. Eigenlijk te bizar voor woorden.

Hoe ik dit weet?

Z’n moeder, ik ken haar niet echt maar ik ken haar toch een beetje, heeft haar volgers op Twitter hierover verteld en haar verdriet met hen (mij ook) gedeeld, net als de dingen die volgden in de dagen na de dood van haar zoon. Ze heeft van hen die met haar meeleven veel mooie reacties gehad en steun.

Ze heeft ook veel negatieve reacties gehad omdat ze haar verdriet van zich afschreef en -schrijft. Wat bezielt die volslagen idioten, valse moraalridders en schijn-heiligen om een oordeel te vellen over de manier waarop iemand zijn of haar verdriet wil delen?!

Iedereen gaat met de dood om op de manier die op dat moment het beste is voor hem of haar. Iedereen heeft het absolute recht op de ruimte om dat te doen.

Ik zal komende week naar een begrafenis gaan.

Maar eerst ga ik zondag op bezoek bij m’n kleinzoon, want die wordt 5 jaar.

Het is een heerlijk joch.

Ik hoop dat hij een lange, mooie toekomst voor zich heeft.

En ik zal alles, wat in mijn vermogen ligt, doen om hem te beschermen en te helpen.

My Little Man

De telefoon ging vanmiddag: “Bert, kun je nu komen? K… vraagt naar je”

Het was de vrouw van een collega van me. Een collega die ik, hoewel we weinig gemeen hadden, erg graag mag / mocht en waar ik regelmatig een goed gesprek mee had, wanneer we buiten stonden om een shaggie te roken voor dat hij moest beginnen met z’n route. Altijd vrolijk, altijd goed gehumeurd en goudeerlijk. Mijn soort volk dus. En dat was wederzijds.

In april kregen we een telefoontje op kantoor. K… is ernstig ziek en kan niet opgeroepen worden. Navraag wees uit dat hij ongeneeslijke kanker heeft en dat het afwachten zou zijn hoelang hij nog heeft / had. We werden via een andere collega op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen en toen we in de gaten kregen dat het echt slechter met hem ging besloten we dat we op bezoek moesten, uiteraard met de obligate fruitmand.

En dan blijkt dat heel veel mensen het moeilijk vinden om op bezoek te gaan bij iemand die ligt dood te gaan. Ik ook hoor, ik ben soms net een mens. Maar ik besloot te gaan, ook al gelet onze werk- en persoonlijke relatie. Dat bezoek was een paar weken geleden en toen ik aankwam lag hij te slapen. Ik heb toen alleen koffie gedronken met z’n vrouw, een goed gesprek gehad, de fruitmand achtergelaten en ben terug gereden naar m’n werk.

Wel hadden we telefoonnrs. uitgewisseld en afgesproken dat we (ik, collega of chef) snel weer op bezoek zouden komen, maar dan eerst zouden bellen. Maar je weet hoe het gaat, het is druk en het slipt er een week, en nog een week, tussendoor. Tot we bericht krijgen dat hij erg hard achteruit gaat en dan schrik je je het schompus en denk je bij jezelf: waarom heb ik het godverdomme weer laten versloffen?!

Meteen geprobeerd te bellen, maar geen gehoor. Nog een paar keer gebeld, weer geen reactie. Toen maar een bericht gestuurd naar z’n mailadres in de hoop dat z’n vrouw dat zou lezen en eindelijk kunnen afspreken dat ik persoonlijk gebeld zou worden zodra K… zou aangeven dat hij me wilde zien en dus sterk genoeg zou zijn om dat aan te kunnen.

Vanmiddag ben ik geweest. Ik zag een man die blij was dat ik was gekomen. Die ergens blij was dat het onafwendbare einde aanstaande was. Die vooral blij was dat hij pijnvrij z’n laatste dagen kan doorkomen. Die blij was met z’n leven, z’n vrouw, z’n kinderen en kleinkinderen en de mooie tijd die ze nog mochten doorbrengen met elkaar.

Ik zag een man die verdrietig en boos was. Omdat er nog zoveel leven voor hem zou moeten liggen, samen met z’n gezin en z’n familie.

En ik zag een man die vrede had met z’n aanstaande overlijden.

Wat kun je, als feitelijk buitenstaander, nog zeggen? Niks toch? Maar toch hebben we leuke herinneringen opgehaald en een paar anekdotes uitgewisseld. Mooi!

Later vanmiddag kreeg ik een berichtje van z’n vrouw. Ze moest me nogmaals bedanken voor m’n bezoek. Hij was er enorm blij mee geweest.

Ik heb haar bedankt. Omdat ik op bezoek mocht komen.

Eerder deze week was ik met m’n collega op kraamvisite bij een andere collega. Maandag begint ze weer te werken, dus het werd wel tijd dat we eindelijk heengingen. Je komt dan binnen bij een jong stel dat op roze wolken loopt (bijna letterlijk, want een dochter gekregen) en helemaal blij en enthousiast is. Je wordt daar zelf ook weer helemaal vrolijk van. Zeker ik, als opa van 3 prachtige kleinkinderen.

Ik zie het geluk en proef de onschuld, vooral bij de moeder. Het is haar eerste kind, dus ze weet nog niet helemaal wat haar nog te wachten staat. Gelukkig heeft ze een vent met ervaring, dat scheelt. 😉

Het is een leuk stel, met nog een heel leven voor zich. Ik gun ze dat. En ik hoop voor ze dat ze heel lang op die roze wolk blijven zitten.

Maar uiteindelijk worden we allemaal geboren om dood te gaan…

Born to Die

 

Dit jaar heb ik, net als vorig jaar, kerstavond doorgebracht bij de moeder van m’n kinderen, annex de oma van m’n kleinkinderen, annex m’n ex.

Kerst was en is bij haar een dingetje en in de jaren dat we getrouwd waren vierden we het altijd groot op kerstavond met de kinderen, onzinnige bergen cadeau’s, de hele keet veranderd in iets wat zich nauwelijks laat beschrijven, en deden we het 1e of 2e kerstdag nog eens dunnetjes over met vrienden en/of familie. Aangezien ik meestal kookte, omdat ik dat beter kon dan haar, waren dat voor mij over het algemeen redelijk stressvolle dagen die bijna altijd eindigden in ruzie of sikkeneurige koppen en de blijdschap bij me dat ik weer aan het werk kon. Had ook altijd een goed excuus, want zelfstandig ondernemer, dus druk – druk…

De ker(st)mis is gebleven, maar de sfeer is veranderd. Iedereen doet mee aan het kerstmaal, de cadeaus zijn klein (alleen de kleinkinderen worden extra verwend), het is een casual gebeuren waar iedereen van kan genieten. En ik zit daar tussen, met m’n glas whisky, als een reguliere Pater Familias te genieten van alles dat me dierbaar is. Niet alleen m’n kinderen en de kleinkinderen, maar ook van ex die zichtbaar geniet en in haar element is. Ik vind dat mooi. We hebben niet voor niks een relatie gehad van pakweg 25 jaar, die overwegend prima is geweest en ik vind het mooi dat we op deze manier met elkaar kunnen omgaan.

Toen we ’s avond’s afscheid namen kreeg ik de vraag mee of ik volgend jaar wat eerder kon komen. Alsof het alweer beklonken was dat ik dan weer kom, alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat ik er dan weer bij ben.

Ik ga dat naar alle waarschijnlijkheid ook weer gewoon doen, tenzij een van ons (of allebei) weer een relatie heeft. Dan ga ik het niet doen, want daar zou ik me niet comfortabel bij voelen. Mind you, mijn vriendin kon uitstekend overweg met m’n ex, maar het wordt voor mij te gecompliceerd om alles en iedereen van meerdere gezinnen bij elkaar te hebben, dus dat gaat niet gebeuren.

En de rest van dit weekend?

Gisteren heb ik vrienden op bezoek gehad die me al sinds mensenheugenis zo enorm dierbaar zijn en die me in alle jaren dat ik ze ken op zoveel fronten hebben geholpen, dat ik het elke keer weer een feestje vind wanneer we elkaar zien, al is dat veel te weinig. Natuurlijk weet ik wel dat dit soort vriendschap niet wordt afgemeten aan de frequentie waarin je elkaar ziet, maar toch. We hebben bijgekletst, wat gedronken, wat gesnoept, elkaar up-to-date gebracht over onze kinderen en werk en zo en het was goed.

De afspraak die ik ’s avonds had ging helaas niet door, dus heb ik de avond doorgebracht met muziek en lezen. Maar da’s voor mij ook quality time.

Quality time die ik vandaag weer ga hebben met m’n jongste zoon, want die komt een vorkje meeprikken en een slokje drinken. Het is mooi wanneer al m’n kinderen, inclusief m’n 2 bonuskinderen, met hun aanhang op bezoek komen, maar ik geniet er ook minstens zoveel van wanneer ze alleen komen omdat je dan toch andere gesprekken hebt.

Wanneer de rest komt weet ik niet. Maakt ook niet uit. Veel belangrijker vind ik het, wanneer ze bij me komen, dat het gezellig is. Hoe vaak dat is, is totaal niet belangrijk. Net zo onbelangrijk als komen op zogenaamde speciale dagen als kerst en dergelijke.

Ik geniet altijd van bezoek van hen of van vrienden. Nog meer dan op bezoek gaan, maar dat ligt meer aan mij…

Fijne dagen, ondanks alles.

Our House

Life is a bitch!

Geplaatst: 5 april 2015 in Overpeinzingen
Tags:, , , ,

“Life is a bitch and then you die” is de complete tekst van het gezegde, al zijn er een aantal variaties in omloop die ik af en toe ook gebruik.

Nu gaat het om het origineel! Want het geeft op dit moment exact mijn gevoel weer. De meeste mensen hebben bij het aanbreken van de herfst last van een slechter humeur, sikkeneurigheid, soms zelfs een lichte of flinke depressie.Ik heb daar om onverklaarbare redenen altijd last van wanneer het voorjaar aanbreekt. Da’s eigenlijk best wel raar, je zou verwachten dat je blij wordt van het feit dat de dagen lengen, de rokjes korter worden, de temperatuur stijgt en het nieuwe leven aan alle kanten losbarst. Alles wordt weer groen, jong leven wordt geboren, kleine kinderen mogen de straat weer op en zijn uitgelaten als jonge lammetjes. Bijna iedereen is vrolijker en zit barstensvol plannen voor de komende maanden. Welk festival ga ik bezoeken, waar gaan we heen op vakantie, zullen we een nieuwe ………….(vul zelf maar in) kopen? Bijna alleen maar positiviteit.

Ik ook hoor, ik hou ook van het voorjaar en alles dat er bijhoort. En ik heb ook de nodige festivals, concerten en zo gepland. En ik heb weinig te klagen; Ik woon prima, heb werk, kan het me permitteren om naar concerten en zo te gaan, mits gedoseerd, ben gezond (nou ja, voor een niet sportende, te hard werkende, niet al te gezond levende 60-jarige single man dan) Heb kinderen die het goed tot heel goed doen, prachtige kleinkinderen, vrienden en kennissen, familie….

Toch bekruipt me elk voorjaar weer het gevoel dat ik opnieuw een jaar van m’n eindige leven heb lopen verkloten met niks doen om m’n dromen (ja, ik heb nog steeds dromen) te verwezenlijken! En dat ik te weinig tijd en aandacht besteed aan hen die me lief zijn. En dat de klok steeds harder lijkt te tikken.

En hoe kleiner de kans wordt dat ik nog een of meer van m’n dromen kan waarmaken, hoe vaker ik tegen hen die me lief zijn (vooral m’n kinderen) zeg dat ze hun dromen moeten volgen, hoop ik dat ze niet dezelfde fouten maken die ik in overvloed heb gemaakt in m’n leven. Ik weet het geweldig goed te vertellen aan een ander, maar wanneer ik tegen mezelf zeg dat ik moet opschieten is het antwoord dat ik mezelf geef altijd dat ik eerst nog even dit moet en dat moet en als dat dan klaar is en afgewerkt, dan….

Dan wordt het weer voorjaar en sluit ik me een poosje een beetje af van de buitenwereld, doe de dingen die “moeten” en luister naar muziek, want dat is dan het enige waar ik echt blij van word. Uiteindelijk komt het weer goed met me en kom ik uit m’n lethargische staat, maar toch….

Life is a bitch…….

And then you die!